ryan-thomas-ang-542390-unsplash

Hero subtitel


Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Maecenas massa urna, laoreet quis lacus non, dapibus bibendum metus. Phasellus non tristique eros. Nullam porta ex ac lacus efficitur suscipit.

Strategic use of evidence - Let me introduce you to SUE

Hoe goed zijn wij in leugenherkenning?

Door Franziska Wolf

Het inschatten van het waarheidsgehalte van uitspraken is een behoorlijk lastige taak. Voor feitenonderzoekers wordt dit niet makkelijker gemaakt door de druk om zaken op te lossen en het nodige multitasken dat een effectief investigative interview vereist. Als interviewer moet men weten bij welke geïnterviewde het relevant is om meer vragen te stellen en aan wie en wanneer bewijsmateriaal wordt voorgelegd.  Het is wellicht ontnuchterend, maar uit rechtspsychologisch onderzoek blijkt dat mensen gemiddeld maar net boven kansniveau scoren (namelijk 54%) wanneer zij opnames van verdachteninterviews beoordeelden op waarheid/leugen.

Bovendien scoren ervaren politieagenten en feitenonderzoekers verrassenderwijs gelijk- of slechter dan leken. Dit staat echter niet in verhouding tot hun (hogere) zelfbeoordeelde vaardigheid in leugendetectie. Hoe kan dat? Het blijkt dat ervaring ertoe leidt dat men gevoeliger wordt voor “leugenindicators” en meer- en sneller geneigd is om een uitspraak van de geïnterviewde (onterecht) als leugen te zien. Een verdere verklaring voor dit contra-intuïtieve effect van ervaring op leugendetectie scores is dat er nog steeds meer op lichaamstaal gelet wordt dan op de inhoud van de gemaakte uitspraken. Daarom zet ik mij in deze blog in voor de vertaalslag van wetenschappelijke bevindingen naar de praktijk met betrekking tot SUE.

Onderzoek op het gebied van leugendetectie heeft aangetoond dat veel van de stereotype “leugenindicators” – zoals vermijding van oogcontact, friemelen, veel beweging in de houding, knipperen met de ogen, etc. – niet diagnostisch zijn voor liegen. Deze factoren zijn eerder symptomen van nervositeit. Opleidingen die nog steeds gebruik maken van verouderde, lichaamstaalgebaseerde methodes voor leugenherkenning zetten de interviewer daarmee in de passieve rol van observant. Verder hebben feitenonderzoekers natuurlijk zeer regelmatig te maken met mensen een motief zouden kunnen hebben om te liegen. De “gemiddelde mens” daarentegen heeft geen reden om constant te veronderstellen dat iemand liegt. Leken tenderen daarom meer naar een waarheidsoordeel, terwijl onderzoekers eerder een guilt bias laten zien.


Strategic use of evidence (SUE)

Het SUE-model (strategic use of evidence - oftewel strategisch gebruik van bewijs model) werd opgezet met het idee om de interviewer – die zoals bekend geen feilloze leugendetector is – een actievere rol te geven. Het is zeker vaak verleidelijk om in het interview direct met bewijsmateriaal te komen, maar het probleem hierbij is dat men de geïnterviewde dan informatie geeft over hoe hij zijn verhaal moet aanpassen om het bewijs niet tegen te spreken. Dit betekent dan ook dat er minder inhoudelijke indicatoren voor leugenachtigheid zullen zijn en de taak van de feitenonderzoeker om de waarheid te achterhalen dus nog lastiger wordt. Dus hoe ziet de actievere rol met de SUE-techniek er uit?

Ten eerste wordt er ervan uitgegaan dat leugenaars andere counter-interrogation strategieën gebruiken dan waarheidssprekers. Het SUE-model geeft de feitenonderzoeker het ‘gereedschap’ om het investigative interview zo te plannen en te sturen dat de verschillen tussen leugenaars en waarheidsvertellers groter worden. Door de geïnterviewde in het begin de ruimte te geven om zo gedetailleerd mogelijk te verklaren en hem niet te onderbreken wanneer hij wellicht niet in lijn met de aanwezige bewijsmiddelen verklaart wordt er meer inhoud verkregen. Langere verklaringen bieden meer mogelijkheden om leugenachtigheid te identificeren – bijvoorbeeld is het vermijden van cruciale details een eerste aanwijzing. Inderdaad bevestigt onderzoek dat leugenaars minder geneigd zijn om uit eigen initiatief dingen te vertellen die met het bewijsmateriaal te maken hebben. Waarheidsvertellers zullen daarentegen uit zichzelf vrijer en meer vertellen en cruciale details niet vermijden. Dit komt omdat zij geloven dat de wereld rechtvaardig is, dat hun onschuld zeker zal blijken en de waarheid genoeg zou moeten zijn (Meer over de gevaren daarvan in een toekomstige post!).

Ten tweede bewerkstelligt de SUE-techniek de indicator van statement-evidence inconsistencies, oftewel verklaring-bewijs tegenstrijdigheden. Na de vrije verklaring worden met dit doel namelijk specifieke vragen  in een trechtervorm gesteld. Men begint met meer algemene vragen die toenemend meer betrekking hebben op een bewijsstuk. Wanneer er bijvoorbeeld video-opnames bestaan van de auto van een verdachte, geparkeerd vlakbij de plaats delict, zou men kunnen vragen of degene een auto bezit, zo ja om de auto te beschrijven, of degene in de laatste week gereden is en waar naartoe. Verder is het waardevol om van te voren te bedenken welke verontschuldigingen zouden kunnen komen. In dit geval zou men dus kunnen vragen of degene de auto wel eens aan iemand anders uitleent of zijn sleutels kwijt was in de laatste tijd.

Met de eventuele inconsistenties wordt een geïnterviewde binnen het SUE-model pas later in het interview geconfronteerd (late disclosure of evidence) – op neutrale wijze. Dit blijkt over de hele linie effectiever te zijn dan early disclosure. Tijdens het uiteindelijke presenteren van het bewijsstuk wordt weer de trechtervorm toegepast – beginnend met een vage bronvermelding en geringe specificiteit tot de directe uitspraak over het bewijsstuk. Bijvoorbeeld: “Wij hebben informatie dat u op de dag in kwestie uw auto hebt gebruikt.” …tot… “Wij hebben videobeelden van uw auto geparkeerd vlakblij de plaats delict”. Eventuele inconsistenties in reactie op zulke vragen zijn indicatoren voor leugenachtigheid, en helpen feitenonderzoekers om alleen bij schuldige verdachten innerlijke spanning te wekken: de ruimte voor het vermijden van zelfbeschuldiging wordt kleiner, terwijl waarheidssprekers minder of niet geconfronteerd worden omdat zij consistenter met het bewijsmateriaal verklaren. Dit maakt bovendien valse bekentenissen minder waarschijnlijk.

Samengevat geeft het SUE-model de feitenonderzoeker een actievere rol in de waarheidsvinding door in de planning en tijdens het interview indicatoren voor leugenachtigheid duidelijker te maken en de ‘vermoedelijke onschuld’ te testen. Basisvaardigheden zoals actief luisteren, het tonen van empathie, open vragen stellen en gesloten vragen strategisch inzetten, niet onderbreken en een neutrale houding (Zie mijn blog over "Het belang van een neutrale houding") zijn zonder twijfel essentieel voor de effectiviteit. Beoordelingen van waarheidsgetrouwheid verbeteren met de SUE-techniek in de beste gevallen tot 85% nauwkeurigheid – en komen gemiddeld in ieder geval duidelijk boven kansniveau uit. Het strategisch gebruik van bewijsmateriaal is wellicht een van de sterkste stukken ‘gereedschap’ bij het beoordelen van het waarheidsgehalte van verklaringen van geïnterviewden– gebruik het daarom goed! Besteed hier ook nadrukkelijk aandacht aan in de “Plan and Prepare” fase van PEACE en maak dus een degelijk interviewplan!

Bronnen:

Granhag, P.A., Strömwall, L.A., Willén, R., & Hartwig, M. (2013). Eliciting cues to deception by tactical disclosure of evidence: The first test of the Evidence Framing Matrix. Legal and Criminological Psychology, 18, pp. 341–355.

Hartwig, M. (2005). Interrogating to detect deception and truth: Effects of strategic use of evidence. Unpublished PhD Thesis. Department of Psychology, Goteborg University, Sweden.

Hartwig, M., Granhag, P. A., & Luke, T. (2014). Strategic Use of Evidence During Investigative Interviews. In Credibility Assessment, pp. 1–36.

Hartwig, M., Granhag, P. A., Strömwall, L. A., & Kronkvist, O. (2006). Strategic use of evidence during police interviews: When training to detect deception works. Law and human behavior30(5), pp. 603–619.

Tekin, S., Granhag, P. A., Strömwall, L., Giolla, E. M., Vrij, A., & Hartwig, M. (2015). Interviewing strategically to elicit admissions from guilty suspects. Law and Human Behavior, 39(3), pp. 244–252.


Aantal reacties: 0
Let op: uw reactie heeft goedkeuring van de beheerder nodig voordat het geplaatst wordt.
Facebook Twitter LinkedIn Pinterest Google plus
Print Email