41382107_ml

Hero subtitel


Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Maecenas massa urna, laoreet quis lacus non, dapibus bibendum metus. Phasellus non tristique eros. Nullam porta ex ac lacus efficitur suscipit.

Hoe betrouwbaar is ons geheugen?

Door Franziska Wolf (English version below)

De focus van elk interview bij een feitenonderzoek is het ophalen van herinneringen uit het geheugen van een bepaald persoon – dat kan bijvoorbeeld een verdachte, slachtoffer of getuige zijn. Het menselijk geheugen is echter kwetsbaar en verbazingwekkend beïnvloedbaar. Daarom is het voor interviewers belangrijk om voldoende basiskennis te hebben van het proces van opslaan en ophalen van herinneringen uit het menselijk geheugen. Die kennis is een belangrijke voorwaarde om te komen tot een kwalitatief goed investigative interview.

Een van de meest gebruikte modellen om de werking van ons geheugen te verklaren komt van de Amerikaanse onderzoekers Atkinson en Shriffin (1968). Hieronder staat dit model schematisch weergegeven:

Alle zintuiglijke waarnemingen (prikkels) komen binnen in het sensorisch geheugen, waar de informatie alvast gefilterd wordt (men voelt bv. niet de hele dag door bewust dat men kleding draagt). Omdat onze omgeving overvol stimuli zit is deze filtertaak erg belangrijk om effectief te kunnen navigeren en handelen. Wanneer wij vervolgens actief aandacht besteden aan een waarneming of wanneer iets een betekenis heeft voor ons komt het kortetermijn (werk-) geheugen in actie – een beperkte, tijdelijke opslagplaats waar onze denkprocessen plaatsvinden. Zo worden bijvoorbeeld geluiden waargenomen en door de eraan gehechte betekenis verder doorgegeven aan het werkgeheugen (“Oh, dit is het liedje waarbij ik vorige week in de auto mee zat te zingen!”). Indien er weinig actieve verwerking van een gedachte is of het werkgeheugen vol zit, wordt er echter snel weer uitgesorteerd en vergeten. Transfer naar het langetermijn geheugen gebeurt wanneer wij associaties bij een bepaalde waarneming hebben, de informatie op andere betekenisvolle wijze integreren of een gedachte meermaals herhalen (zo leer je bijvoorbeeld rijtjes woorden). Dit vestigen van herinneringen wordt ook wel consolidatie genoemd.

Zoals in het model te zien, is geen van de drie geheugenopslagplaatsen immuun tegen het vergeten. Ook zijn zelfs ingrijpende herinneringen niet onaantastbaar: elke keer dat een geheugenspoor opgeroepen wordt kan dit spoor veranderd en vertekend worden, omdat herinneren niet het ‘afspelen’ van opgeslagen informatie is, maar een reconstructief proces. Zodoende is het uitermate belangrijk om bij het bevragen van een menselijke bron voorzichtig om te gaan met deze geheugensporen. Het  PEACE model en het Cognitief Interview zijn met veel aandacht voor ons geheugenproces ontwikkeld – een aantal van de daarin gebruikte technieken beschrijf ik hieronder:

Ondersteunen van het herinneringsproces tijdens een interview

  • Introductie & Rapport: neem voor het interview echt de tijd voor een zorgvuldige introductie en het opbouwen van een positieve werkrelatie. Uit onze eigen ervaring en onderzoek weten wij dat onzekerheid over wat ons te verwachten valt niet prettig is en stress het lastiger maakt om in ons geheugen te graven naar informatie.
  • Free recall: de geïnterviewde de ruimte geven om vrij en ononderbroken te vertellen wat hij/zij zich herinnert. De geïnterviewde moet zich hiervoor goed concentreren (daarom wordt ook vaak aanbevolen om de ogen te sluiten) en in deze fase wordt vaak de meeste en meest betrouwbare informatie geleverd.
  • Witness-centered questioning: dit houdt in dat de interviewer zo veel mogelijk probeert mee te gaan in het herinneringsproces van de bron. Bijvoorbeeld probeert men sprongen op de tijdlijn te vermijden (bv. niet over de eerste indruk van de dader vragen wanneer een getuige net bezig is met het beschrijven van de vlucht) en wanneer mogelijk dezelfde woorden te gebruiken (bv. “U noemde net dat die ‘andere vent’ er ‘gek’ uit zag. Kunt u mij meer vertellen over zijn uiterlijk?”). Dit helpt om bij de eigen herinnering te blijven en vermindert externe invloeden op de reconstructie van de gebeurtenis.
  • Open, neutrale vragen: het doel hierbij is vooral om de ondervraagde niet te gaan sturen in hun antwoorden en om langer vertellen te stimuleren. De beroemde experimenten van Elizabeth Loftus hebben laten zien dat zelfs de keuze van een bepaald werkwoord al invloed kan hebben: deelnemers keken een video van een auto-ongeval en kregen onder andere de vraag: “About how fast were the cars going when they [smashed/hit/bumped…] into each other?”. Deze bevinding levert wederom extra ondersteuning voor het belang van het kopiëren van de woordkeuze van de geïnterviewde.

Samengevat: het opslaan en ophalen van herinneringen is een ingewikkeld en kwetsbaar proces. Interne en externe invloeden kunnen snel tot vertekeningen leiden en het graven in ons geheugen naar de in forensische interviews belangrijke details kosten inspanning. Daarom is het essentieel om dit herinneringsproces zo goed mogelijk te ondersteunen en hierin zo min mogelijk te interfereren.

HOW RELIABLE IS OUR MEMORY?

By Franziska Wolf

The focus of each interview within an investigation is the retrieval of memories by a certain individual – this could be a suspect, victim or witness. However, human memory is vulnerable and surprisingly manipulable. That is why it is important for interviewers to a sufficient understanding of memory processes like consolidation and retrieval. Such knowledge is an important prerequisite to achieve a qualitatively good investigative interview.

One of the most frequently cited models explaining the workings of our memory was created by American researchers Atkinson and Shriffin (1968). Below is a systematic representation of this model:

All of the sensory input we receive first enters the sensory memory store, acting as a first filter of information (e.g. we do not consciously register throughout the day that we are wearing clothing). Because our surroundings are so crowded with stimuli, this filtering function is very important in helping us navigate and act effectively. Once we proceed to pay active attention to something perceived or when it holds a particular meaning for us, our short-term (working) memory comes into play – a limited, transient storage place where our active thought takes place. In that way, sounds can be perceived and then through the attached meaning pass on to our working memory (‘Oh, this is the song I was singing along to in the car last week!’). When there is little active processing of a thought or when our working memory capacity is maxed out, things are quickly filtered out again and forgotten. Transfer to our long-term memory takes place when we have associations with a certain perception, process/integrate the information in a meaningful manner or rehearse a thought multiple times (that is how we learn a phone number by heart, for example).  This strengthening of memory traces is also known as consolidation.

Like the model shows, none of the three memory stores is immune to forgetting. Even memories of major events are not waterproof: every time we access a memory trace, it can be changed and skewed. This is because remembering is not like playing video recordings back to ourselves – it is a reconstructive process. Based on this, you can now see why it is essential to treat these memory traces with care when questioning a human source. The PEACE model and the Cognitive Interview were created with careful attention for the workings of our memory in mind – I will describe a number of the techniques used here:

Supporting the recall process in an interview

  • Introduction & Rapportbefore the beginning of any interview, really take the time for a thorough introduction and the building of a good working alliance. From our own experience and research findings we know that feeling unsure about what to expect is uncomfortable, and stress makes it harder to scan our memories for information.
  • Free recall:give the interviewee the time to talk freely and uninterruptedly about what they remember. The interviewee needs to work hard to focus here (which is why often we suggest for them to close their eyes), and this phase usually gives us the best information in terms of quantity and accuracy.
  • Witness-centered questioningthis involves the interviewer trying to go along with the recall process of the source. For example, one tries avoiding jumps in the timeline (e.g. not asking about the First impression of the perpetrator when a witness is currently describing his escape) and using the source’s own words where possible (e.g. ‘You just mentioned that the “other dude” looked “strange”. Could you tell me more about his appearance?’’). This helps to stick with one’s own memories and reduces external influences on the mental reconstruction of the events.
  • Open, neutral questions: the aim of this question style is especially to avoid leading the interviewee in their answers and to stimulate longer accounts. The famous experiments of Elizabeth Loftus showed that even just the choice of verbs can exert an influence: participants watched a video of a car-crash and received – amongst others – the question: ‘About how fast were the cars going when they [smashed/hit/bumped…] into each other?’’. This finding, in turn, offers additional support for the emphasis on mirroring the word choices of the interviewee.

In summary: storing and retrieving memories is a complicated and vulnerable process. Internal and external influences can quickly lead to alterations and scanning our memory for details important in a forensic interview is a demanding task. This is why it is essential to support this recall process as best as possible in order to interfere with it as little as possible.

 


Aantal reacties: 0
Let op: uw reactie heeft goedkeuring van de beheerder nodig voordat het geplaatst wordt.
Facebook Twitter LinkedIn Pinterest Google plus
Print Email